Wij krijgen vaak de vraag welke peilers het dichtste bij de verkiezingsuitslag zitten. Hieronder een tabel voor de afgelopen 14 verkiezingen.

De getallen hierboven geven het verschil weer tussen de uitslag en de laatste peiling voor de verkiezing

Hoe meer partijen er in de tweede kamer worden gekozen,  hoe meer de peilers er naast zitten. De beste peilingen zijn door de Politieke Barometer, de peilingwijzer, Kantar Public en IO Reserach uitgevoerd.

Wij krijgen vaak de vraag welke peilers het dichtste bij de verkiezingsuitslag zitten. Hieronder een overzicht van het aantal opgetelde zetels dat elke peiler er naast zat. I&O Research en LISS Panel ontbreken omdat ze in 2012 nog geen peilingen naar politieke voorkeuren uitvoerden.

tabel met afwijkingen tussen uitslagen en laatste peiling voor de verkiezingen

De getallen hierboven geven het verschil weer tussen de uitslag en de laatste peiling voor de verkiezing. Een rekenvoorbeeld. In de tabel hierboven zie je bij De Hond bij 2012 het getal 18 staan. Het getal van 18 wordt berekend door alle getallen in de laatste kolom in de tabel hieronder bij elkaar op te tellen.

Hoe meer partijen er in de tweede kamer worden gekozen,  hoe meer de peilers er naast zitten. In de eerste tabel valt te zien dat in 2012 de beste voorspelling is gemaakt door de Hond, de Peilingwijzer en de politieke barometer. De Stemming en NIPO deden het duidelijk slechter. In 2010 waren de voorspellingen van de Hond, NIPO en de politieke barometer even goed. Een mogelijke verklaring waarom Kantor Public (voorheen TNS NIPO )het zo slecht doet is dat hun peiling over een langere periode wordt uitgevoerd en niet over een korte periode van 24 tot 48 uur zoals bij de Hond. Dit kan problemen geven als er in de week voorafgaand aan de verkiezingen nog veel verschuivingen plaatsvinden. 

Voor wat betreft 2006. Op de wikipedia staat de peiling van de Hond één dag voor de verkiezing. Daar zit de Hond er 15 zetels naast. Bij de peiling die de Hond op de verkiezingsdag zelf heeft gehouden zit hij er maar 4 zetels naast. Conclusie: verschil tussen peilingen en uitslag wordt voor belangrijk deel verklaard doordat mensen de kiezer de laatste dag nog van gedachte veranderd en niet doordat de steekproef van de peilers niet representatief is.

Allepeilingen.com heeft medewerking verleend aan de totstandkoming van de Masterscriptie van H.P. Bijleveld. In de scriptie staat onder andere de volgende grafiek:

PvdA 2012: ontwikkeling peilingen en Horse race nieuws

waarover Bijleveld schrijft:

"Alhoewel het wedstrijdnieuws over de PvdA gedurende de hele campagne niet negatief is geweest, zien we na 26 augustus, het aantal positieve horse-race-berichten stijgen. Dit komt doordat Samsom als ‘winnaar’ van het Premiersdebat was aangewezen. Als de PvdA-lijsttrekker op 30 augustus Ronald Reagens ‘there you go again’ imiteert, wordt de stijgende trend van het wedstrijdnieuws nog een stuk steiler. De PvdA eindigt uiteindelijk op 38 zetels. Dit zijn 19 zetels meer dan het drie maanden daarvoor in de peilingen stond."

Hieronder treft u de samenvatting:

"De Nederlandse media zijn gevoelig voor de internationale trend om verkiezingscampagnes te framen als een ‘horse race.’ Uit onderzoek blijkt dat partijen die in het ‘horse race news’ of ‘wedstrijdnieuws’ als winnaars worden aangewezen, kunnen rekenen op winst in de peilingen. Het electoraat wil liever bij winnaars dan bij verliezers horen. Vrijwel alle studies naar dit zogenaamde bandwagon-effect veronderstellen dat hiermee de hele dynamiek van wedstrijdnieuws en peilingen beschreven is. De scriptie ‘De wederkerige relatie van horse race news en peilingen’ veronderstelt dat de dynamiek van het nieuws en de peilingen echter complexer en problematischer is. Het valt te verwachten dat het nieuws niet alleen van invloed is op de peilingen, maar dat de peilingen ook van invloed zijn op de inhoud van het wedstrijdnieuws. De media wijzen in het wedstrijdnieuws immers niet winnaars aan op basis van willekeur, maar op basis van populariteitsmetingen. 

Door dit bilaterale verband van nieuws en peilingen, zou het goed mogelijk zijn dat er een spiraal-effect bestaat. Een spiraal waarbij partijen die ‘winnen’ in het nieuws, extra gaan winnen in de peilingen, waardoor ze vervolgens nog sterker terugkomen in het nieuws als winnaars. Vice versa valt te verwachten dat partijen die door de media worden wegzet als verliezers, kunnen rekenen op het verlies van electorale steun, hetgeen weer leidt tot extra negatief wedstrijdnieuws. Door de uitslagen van vier peilingsbureaus samen te voegen en het winst- en verliesnieuws aan de hand van een semantische netwerk analyse uit het campagnenieuws te filteren, is het mogelijk geworden om deze aandachtspiraal statistisch in beeld te brengen. Hiermee is voor het eerst aangetoond dat bij de afgelopen vijf verkiezingen het nieuws en de peilingen een gevaarlijke cocktail vormden die partijen flink deden groeien en krimpen. Het nieuws dat vandaag gepubliceerd wordt over een partij heeft tijdens een verkiezingscampagne nog 10 dagen invloed op de peilingen. Andersom blijkt dat de peilingen tot 5 dagen terug de toon en inhoud van het wedstrijdnieuws bepalen. Een tijdreeksanalyse met paneldata toont dat partijen op verschillende manieren subject zijn van de wederkerige relatie van nieuws en peilingen. Voor coalitiepartijen geldt dat ze eerder dan oppositiepartijen in een aandachtspiraal terecht komen, terwijl christelijke partijen geheel ongevoelig blijken voor wedstrijdnieuws en peilingen. 

De aangetroffen wederkerige relatie vormt allereerst een probleem voor het Nederlandse meerpartijenstelsel waarin kiezers op basis van ideologisch gedachtengoed, issuestandpunten en politieke prestaties hun stem dienen uit te brengen. In plaats dat de media het publiek helpt met informatie over al deze zaken, richten ze zich op de verkiezingsrace. Het spiraal-effect dat ontstaat zorgt vervolgens dat niet de inhoudelijk sterke politici ons land regeren, maar politici die een populariteitspiek wisten om te zetten in een aandachtspiraal. Een tweede probleem is dat de media het peilingsnieuws brengen over de competitie tussen partijen alsof ze hier zelf los van staan. Dit blijkt feitelijk onjuist. In de geïllustreerde spiraal hebben de media vandaag invloed op de peilingen van morgen, terwijl de peilingen van morgen weer van invloed zijn op de mediaberichtgeving van overmorgen. De ‘waakhonden’ van onze democratie die onafhankelijke nieuwsgaring voorstaan, blijken veranderd te zijn in verslaggevers die een zelf gecreëerde werkelijkheid rapporteren waarmee ze onze democratie beschadigen. 

Vrije Universiteit 7 november 2014"

 

Allepeilingen.com heeft medewerking verleend aan de totstandkoming van een paper van Eric Sanders en prof. Antal van den Bosch. In de paper staan onder andere de volgende grafieken:

relating political party mentions on twitter with polls and election results

waarover Sanders et al. schrijft:

"The left figure shows how both in the Twitter mentions as in the poll results the PvdA was gaining in the last ten days before the elections while the SP was losing voters. The SP started out popular, but in the debates the PvdA leader was doing well, while the SP leader‟s debating was considered disappointing. The right figure exemplifies the fairly strong correlation of the percentages of Twitter mentions and poll results during the whole period"

Hieronder treft u de samenvatting:

"In each of the last ten days preceding the parliamentary elections of 2012 in the Netherlands at least one election poll was published. Throughout the same period close to 170 thousand Dutch microtext messages with references to political parties were posted on Twitter, the microblogging platform. In this study we investigate whether these tweets can serve as an addition to, or even an alternative for the traditional polls as predictors of the election outcomes. We show that counts of mentions of political party names are strongly correlated with the polls and the election results. While polls remain more accurate as a predictor of the outcome (a mean absolute error of 1.1% and a correlation of about 0.98 with the actual percentage of votes cast for all parties), the Twitter statistics show a mean absolute error of 1.9% when aggregated over a number of days, and display a high correlation with elections and polls (in both cases, r˜0.95). We conclude that tweet mention counts form a good complementary basis for predicting election results."